Analytische Therapie volgens Jung

Waarom?

De Analytisch therapie onderscheidt zich van andere psychotherapie-vormen door zich te richten op de individuele beleving van de cliënt. Zij richt zich daardoor veel meer op de oorzaak.

De meeste andere therapieën benaderen de cliënt cognitief (vanuit het denken benaderd) en gedragsmatig (leren om te gaan met angst of stress e.d.). De cognitieve- en gedragstherapie richt zich meer op het symptoom; de verschijningsvorm. Zij leren je te leven met je klacht waardoor je meer controle krijgt, maar deze zal uiteindelijk niet verdwijnen. Soms komt er zelfs een andere klacht (psychisch of lichamelijk) voor in de plaats.
De oorzaak van een klacht ligt meestal in de beleving. Door de onderliggende aard van de klacht te beleven, verandert de verschijningsvorm en leer je er beter mee om te gaan.

Bij de Analytische therapie ligt dus, in tegenstelling tot de meeste andere therapieën de nadruk op de beleving.